_______________________________________________________________

[ i n t e r v i e w ]

Het is exact dit resultaat dat Van Westendorp met zijn portretten wil bereiken. Of het nu gaat om opdrachten als voornoemd of om vrij werk. Van Westendorp toont meer dan het uiterlijk van mensen. Hij legt tegelijk hun gevoelsleven, hun ‘kwetsbaarheid’ vast. Zijn stijl en techniek helpen daarbij. Van Westendorp focust ‘intuïtief’, zegt hij, op de ogen. En op mimiek. De vorm van een gezicht speelt eveneens een rol. Minder bepalend is iemands houding. Kleding doet er helemaal niet toe. Die laat hij het liefst weg net als andere zaken die niet van belang zijn. De achtergrond van zijn portretten is éénkleurig neutraal. Een druk decor leidt te veel af. Hindert té veel de verbeelding. Van Westendorp schildert ‘dun’, ‘glacerend haast,’ legt hij uit. Een olieverf op linnen werkwijze die hij ‘deels onbewust’ steeds meer heeft ontwikkeld. Zijn ‘transparante lagentechniek’ past in elk geval goed bij de nadruk die hij wil leggen op een gelaat - ogen, mond én huid - en de ‘sfeer’ die daar vervolgens van uitgaat.

Van Westendorp (Java, 1951) woont midden in het Groningse Ulrum. Zijn atelier - eertijds een garage - staat in de besloten tuin achter zijn bescheiden dorpswoning. Van Westendorp werkt er graag, meldt hij achter de koffie. Aan een van de muren van zijn werkplaats hangen doeken van een tweeling. Intigrerende portretten zonder opsmuk. Geheel in de stijl van de schilder.

Vanwaar zijn fascinatie voor de portretkunst in het algemeen en de ‘inborst’ van mensen in het bijzonder? Van Westendorp verontschuldigt zich. Beducht is hij voor een ‘té glad verhaal.’ Een ongegronde vrees, naar later zal blijken. Maar zo ‘onzeker’ zit hij soms nog in elkaar, verdedigt hij zich. Zeker is dat zijn animo voor de ‘mens achter diens façade’ alles te maken heeft met de 23 jaren die Van Westendorp werkte bij een antroposofische instelling voor de langdurige behandeling van jongeren met ontwikkelingsstoornissen. Een intensieve periode waarin hij bij uitstek leerde kijken naar het innerlijk van mensen. Een glad verhaal? Niet dus. Maar hoe zat het intussen met zijn drang om te schilderen? Een behoefte tot artistiek creëren die Van Westendorp, voor zover hij zich kan herinneren, al vanaf zijn tiende jaar bij zichzelf vast stelde? Niet voor niets volgde hij lessen op vier kunstacademies in Utrecht, Amsterdam en Den Haag. Van Westendorp is altijd actief gebleven als kunstenaar, zij het ietwat in het ‘verborgene.’ Pas na zijn vertrek bij de jeugdinstelling (in 1995), de daarop volgende opleiding aan de Hogeschool voor Beeldende Kunsten in Utrecht en zijn verhuizing naar Noord-Nederland, werd Van Westendorp tot groot persoonlijk genoegen de geregeld exposerende schilder die hij nu is.

Een kunstenaar van meerdere markten thuis (landschappen soms, objecten ook, en muurschilderingen) doch met geschilderde portretten als specialiteit. Neem zijn indringende serie fictieve portretten van jongeren, tot stand gekomen op basis van herinneringen aan zijn vroegere pupillen in de jeugdinstelling. Of zijn mogelijk nog ‘spannender’ portretten van - evenmin werkelijk bestaande - dementerende ouderen. Volgens kunstkenners en galeriehouders stuk voor stuk ‘museale’ werken die de toeschouwer ‘kippenvel’ bezorgen.

Hoe zou Van Westendorp zelf zijn werk typeren? Realistisch? Figuratief? Een tikje magisch? Altijd moeilijk, die vraag, antwoordt de schilder. Zeker als je, zoals hij, een herkenbare, eigen stijl hebt. Van alles een beetje, besluit hij. En hoe zit het met zijn inspiratiebronnen? Is er sprake van artistieke verwantschap? Van Westendorp noemt Francis Bacon. Niet dat het werk van deze Britse kunstenaar in de verste verte lijkt op zijn doeken maar overeenkomsten qua artistieke bedoeling zijn er wel. Want ook het expressionistische oeuvre van Bacon kwam voort uit diens drang om - in zijn geval via misvormde gezichten en lichamen - de psychische en emotionele gesteldheid van mensen vast te leggen. Andere portrettisten waar Van Westendorp iets mee heeft, zijn Marlene Dumas, Gerhard Richter, Kiki Lamers en Lucian Freud. Bekende kunstenaars met, net als Bacon, heel ander werk dan dat van Van Westendorp. Dat hun portretten hem inspireren is te veel gezegd maar ze fascineren wel. Hoe zou hij zichzelf schilderen, willen we nog weten. Welk ‘gemoed’ zou zijn zelfportret bij de kijker opwekken? Het antwoord verrast niet. Van Westendorp zal overkomen, ‘vreest’ hij, als ‘een lieve, soms té aardige, ietwat onzekere man. Heb ik niet té veel verteld?’ vraagt hij gemoedelijk.

Jelle Leenes, publicist

_______________________________________________________________